Je hebt vast weleens gedacht: Waarom snapt mijn collega niet wat ik bedoel? Of: Waarom blijft dat ene project maar hangen? Misschien heb je zelfs getwijfeld aan de capaciteiten van je team of jezelf. Maar de echte verklaring ligt vaak ergens anders: in de manier waarop mensen denken.
Daar draait het om in The Whole Brain Business Book van Ann Herrmann-Nehdi en Ned Herrmann. Dit boek laat zien hoe je met inzicht in denkvoorkeuren je samenwerking, innovatievermogen én persoonlijke ontwikkeling radicaal kunt verbeteren. Zeker voor ondernemers is dit goud waard.

Slim zijn is niet genoeg – je moet ook anders durven denken
Iedereen denkt anders. De één houdt van cijfers en feiten, de ander floreert in chaos en creativiteit. Sommigen zoeken structuur, anderen juist verbinding. Het Whole Brain Model van Ned Herrmann verdeelt denken in vier voorkeuren:
- A-quadrant (Analyzer): Logica, feiten, cijfers – denk aan financiële analyses en risicomanagement.
- B-quadrant (Organizer): Structuur, processen, planning – ideaal voor projectmanagement en uitvoering.
- C-quadrant (Personalizer): Gevoel, relaties, empathie – essentieel in klantcontact en teamcultuur.
- D-quadrant (Strategizer): Verbeelding, visie, innovatie – cruciaal voor strategie en groei.
De meeste mensen hebben een voorkeur voor één of twee stijlen. Maar de échte kracht zit in het ontwikkelen van alle vier de denkstijlen – en in het werken met mensen die anders denken dan jij.
Cognitieve diversiteit: een stille kracht in je team
Homogene teams – waarin iedereen op dezelfde manier denkt – zijn efficiënt, maar voorspelbaar. Ze zijn snel klaar, maar missen vaak vernieuwing. Heterogene teams – met verschillende denkwijzen – zijn trager in de start, maar veel krachtiger in het resultaat. Ze bekijken problemen vanuit meerdere invalshoeken en komen tot creatievere, duurzamere oplossingen.
Een uitgebalanceerd team blijkt maar liefst 66% effectiever bij complexe problemen. Denk daar eens over na als je je volgende samenwerking aangaat.
Innovatie: het hele brein aan het werk
Innovatie lijkt soms een mysterieus proces. Maar volgens Herrmann is het juist een voorspelbare, herhaalbare cyclus waarin verschillende denkstijlen elkaar afwisselen:
- Interesse (D): Nieuwsgierigheid en motivatie om iets te verbeteren of onderzoeken.
- Voorbereiding (A/B): Informatie verzamelen, problemen analyseren, structuren bouwen.
- Incubatie (D/C): Het loslaten van het probleem en ruimte maken voor onbewuste verbindingen.
- Inzicht (D): Het aha! moment waarop een idee zich aandient.
- Verificatie (A): Kritisch toetsen: klopt het? Werkt het?
- Toepassing (B/C): Implementeren, draagvlak creëren, doorzetten.
Creativiteit is dus niet willekeurig – het vraagt bewust schakelen tussen de verschillende denkstijlen. En dat geldt voor iedereen, niet alleen voor de ‘creatieven’ in je team. Elk type werk – van boekhouding tot verkoop – kan baat hebben bij creatief denken.
Maar let op: veel organisaties blokkeren onbedoeld de creativiteit van hun mensen. Bijvoorbeeld door risico’s te vermijden, fouten te bestraffen, of nieuwe ideeën weg te wuiven met zinnen als "Dat hebben we al geprobeerd."
Wil je innovatie? Dan moet je bewust ruimte maken voor álle denkstijlen – niet alleen die van jezelf.
Persoonlijke groei begint in je hoofd
Het boek maakt ook duidelijk dat persoonlijke ontwikkeling geen vaste aanleg is, maar vooral een kwestie van oefening. Ongeveer 70% van je gedrag en voorkeuren blijkt gevormd te zijn door ervaring – en dat betekent: je kunt veranderen.
Stel je voor: jij bent een analytische ondernemer (A/D) die moeite heeft met teamdynamiek (C) en structuur (B). Dat is geen vaststaand feit, maar een uitnodiging. Je kunt leren om beter te plannen, om verbinding te maken, om geduld te hebben. Niet door je eigen talenten te negeren, maar door je mentale spierballen te trainen in gebieden waar je minder van nature naartoe beweegt.
Een praktisch hulpmiddel? Maak een persoonlijke toestemmingsverklaring. Schrijf op dat jij jezelf toestemming geeft om buiten je comfortzone te denken. Om fouten te maken. Om te groeien. Zet ‘m op je werkplek en herinner jezelf eraan dat je niet vastzit in je voorkeuren.
Van wrijving naar samenwerking – hoe denken in kwadranten teams versterkt
Stel je een grote maatschappelijke organisatie voor waar twee collega’s samen werken aan een belangrijk project waarvoor financiering nodig is. Het project kan veel betekenen voor de toekomst van de organisatie, maar de samenwerking tussen deze twee professionals verloopt stroef.
Ze willen allebei het beste, maar botsen op tempo, aanpak en communicatie. De frustratie loopt soms op: het voelt alsof de één altijd op de rem staat, terwijl de ander juist maar door blijft denderen.
Wie zijn deze collega’s?
De eerste collega, laten we haar Emma noemen, is nauwgezet en verantwoordelijk. Ze houdt van structuur, werkt planmatig, denkt vooruit in scenario’s, en zorgt dat alles klopt tot in de puntjes. In haar vrije tijd is ze maatschappelijk betrokken. Ze wil zekerheid voordat ze stappen zet. Haar kracht zit duidelijk in het B-kwadrant (Organizer), met gevoel voor C-denken (Personalizer): zorgvuldig én betrokken.
De tweede collega, laten we hem Mark noemen, is juist snel, ambitieus en toekomstgericht. Hij denkt groots, ziet kansen en wil meteen aan de slag. Hij houdt van tempo, wil meters maken en vindt het zonde om te blijven hangen in details. Hij beweegt vanuit het D-kwadrant (Strategizer), aangevuld met resultaatgericht A-denken (Analyzer).
Beide professionals zijn gedreven, maar hun denkverschillen zorgen voor onbegrip. De één denkt: Waarom moet alles zo snel?, terwijl de ander zich afvraagt: Waarom doen we er zo lang over?
Het innovatieproces als gezamenlijke routekaart
In plaats van elkaar proberen te veranderen, kunnen ze beter elkaars denkkracht erkennen en hun samenwerking afstemmen op het natuurlijke ritme van het innovatieproces. Dat proces verloopt in zes stappen, die elk andere denkstijlen aanspreken:
1. Interesse (D) – de vonk
Wie is hier in zijn kracht? De collega met D-voorkeur (Mark). Hij brengt energie, ziet kansen, formuleert de droom.
Hoe ondersteunt de ander? Door te luisteren zonder direct in risico’s of randvoorwaarden te denken. Vragen stellen helpt: Wat zou dit opleveren? Voor wie?
2. Voorbereiding (A/B) – de basis leggen
Wie is hier in haar kracht? De collega met B-voorkeur (Emma). Zij zet structuren neer, onderzoekt voorwaarden, stelt een realistische planning op.
Hoe ondersteunt de ander? Door ruimte te geven voor die voorbereiding en zijn ideeën te vertalen in haalbare stappen. Niet remmen, maar structureren.
3. Incubatie (C/D) – het laten rijpen
Wie voelt zich hier thuis? Beiden kunnen hier iets brengen: de één laat ideeën sudderen, de ander voelt aan wat het project bij mensen losmaakt.
Hoe werkt het samen? Door even afstand te nemen van het ‘doen’ en samen stil te staan bij draagvlak, gevoel en timing. Een wandeling, een informeel gesprek – juist dan ontstaan verbinding en verdieping.
4. Inzicht / Illuminatie (D) – het idee valt op zijn plek
Wie staat op scherp? De D-denker (Mark) herkent snel het moment waarop alles samenvalt.
Wat kan de ander doen? De B/C-collega (Emma) kan dat inzicht aanvullen met vragen als: Wat betekent dit concreet? Hoe past het binnen onze afspraken?
5. Verificatie (A) – werkt het ook echt?
Wie blinkt hier uit? De A-denker (Mark) stelt kritische vragen en toetst het idee aan realiteit, data en haalbaarheid.
Wat doet de ander? Accepteren dat dit geen afremmen is, maar een noodzakelijke stap om het idee stevig neer te zetten. Haar kracht ligt in het zorgvuldig doorlopen van dit toetsingsproces.
6. Toepassing (B/C) – het wordt werkelijkheid
Wie zorgt dat het gebeurt? De B-denker maakt het concreet en implementeerbaar. De C-denker zorgt voor draagvlak, communicatie en samenwerking (beiden Emma).
Hoe sluit de ander aan? Door vertrouwen te geven in de uitvoering. Zijn rol verschuift naar inspireren, verbinden met het grotere doel en evalueren op impact.
Samen denken = samen winnen
Door dit proces samen te doorlopen en te erkennen waar de ander floreert, verandert alles. In plaats van tegenpolen worden deze twee collega’s elkaars versterking:
- Hij brengt visie, zij zorgt voor realisatie.
- Hij denkt ver, zij denkt diep.
- Hij versnelt, zij verankert.
De spanning verdwijnt niet per se, maar krijgt een plek. En juist dat maakt het verschil. Want de beste teams zijn zelden harmonieus – ze zijn bewust complementair.
Tot slot: ondernemen met je hele brein
Veel ondernemers zijn ooit begonnen omdat ze (ondernemers)vrijheid wilden. Maar écht vrij ondernemen – dat doe je pas als je snapt hoe jouw denken je keuzes beïnvloedt. En als je durft te bouwen aan iets wat groter is dan jijzelf: een bedrijf dat gedragen wordt door complementaire denkers.
Want uiteindelijk is ondernemen geen solo-missie. Het is een samenspel van breinen. Hoe vollediger je denkt, hoe beter je bedrijf werkt.
Herken jij de praktijksituatie de hierboven geanalyseerd wordt? Of denk je dat het Whole Brain Model zou kunnen helpen in de omgang met collega's. Laat het hieronder weten, dan kunnen we met je meedenken!
