In de huidige consumptiegedreven economie ligt de focus op continue productie en verkoop. Laten we eens kijken naar een technisch product, bijvoorbeeld een elektronisch apparaat met een plastic behuizing. Hieronder volgt een (vereenvoudigd) voorbeeld dat de potentie van een circulaire economie voor je verdienmodel inzichtelijk maakt.

In een lineaire economie wordt dit product geproduceerd, verkocht, gebruikt en uiteindelijk afgedankt. De financiële dynamiek van dit model ziet er als volgt uit:

Dit model resulteert in een winstmarge van €100, maar is niet duurzaam op de lange termijn, aangezien het onnodig grondstoffen consumeert en afval produceert.
Laten we nu de dynamiek veranderen en het concept van leasing introduceren. In een leaseconstructie wordt het product niet verkocht aan de klant, maar wordt het gebruiksrecht van het product voor een bepaalde periode verhuurd. De klant betaalt een periodieke vergoeding gedurende de leasetermijn en aan het einde van de termijn wordt het product teruggenomen door de aanbieder.
Het omschakelen naar dit model zorgt voor een circulaire economie. Hierin wordt de levensduur van het product verlengd, de waarde ervan behouden en het afval geminimaliseerd. Dit heeft financiële implicaties zoals hieronder weergegeven:

Na deze eerste leaseperiode, wordt het product teruggenomen en ondergaat het een refurbishmentproces waarbij onderdelen worden hersteld en geüpdatet. Dit proces kost €30.
Het gereviseerde product wordt dan opnieuw geleased:

Na de tweede leaseperiode, wordt het product gedemonteerd. Bruikbare componenten worden verkocht en de rest wordt gerecycled. Dit proces kost €20, maar levert €50 op door de verkoop van herbruikbare onderdelen.

De totale winst over de levenscyclus van het product in een circulaire economie is dus €500, wat aanzienlijk meer is dan de €100 in een lineaire economie. Bovendien leidt deze benadering tot een duurzamere en meer verantwoorde omgang met hulpbronnen, wat op de lange termijn voordelig is voor ons allemaal.